7. Uitgevers bij oude drukken

Bij de uitgevers van oude drukken gaat het meestal om personen, of een samenwerking tussen personen, die opereren onder hun eigen naam.

Toch beschouwen we die uitgevers in Anet als instellingen, waarvan de authority records van type IU geconstrueerd worden volgens specifieke regels.

Onder uitgever wordt hier verstaan: drukker, uitgever en/of verspreider (boekhandelaar, boekverkoper, verdeler).

7.1. Nieuw record; hergebruik bestaand record

Wanneer dient een nieuw record te worden aangemaakt? Wanneer kan een al bestaand record worden hergebruikt, mits eventueel het toevoegen van een verwijzingsterm?

Samenwerkingsverbanden tussen drukkers, indien uitdrukkelijk op titelpagina: aparte records.

Nog uit te werken.

7.2. Hoofdvormen, verwijzingstermen

7.2.1. Hoofdvorm

Een authority record heeft maar één hoofdvorm, de meest gekende naam van de uitgever.

Indien de naam van de uitgever vooral als de naam van een persoon (of van enkele personen) geïnterpreteerd wordt, dan volgen de kapitalisatie en de woordvolgorde de regels van de persoonsnamen. Indien het gaat om samenwerkingsverbanden tussen personen worden ze van elkaar gescheiden door &.

Voorbeeld:

  • Vliet, van, Willem
  • Verdussen, Francis
  • Verdussen, Cornelius I
  • Simon, Pierre-Guillaume & Nyon, Nicolas-Henri

Indien de naam van de uitgever vooral gelijkenissen vertoond met de benaming van een instelling, dan volgen de kapitalisatie en de woordvolgorde de regels van de instellingen.

Voorbeeld:

  • Patriottische Drukkerij
  • Bureau des éditeurs

Wat met de naamvormen N, E, F? Mogelijk gaat het alleen om het aanpassen van de term in de extensie?

Is het een optie om meer hoofdvormen toe te laten?

7.2.2. Verwijzingstermen

Voor alle naamvarianten die nuttig kunnen zijn voor het zoeken, of verwoordingen die voorkomen in publicaties, worden verwijzingstermen aangemaakt. In de verwijzingen wordt de woordvolgorde gehanteerd die gebruikt wordt in de betreffende publicaties.

Functieaanduidingen in de vorm van redactionele formules (bv. in officina, impensis) of een uitdrukkelijke functie-vermelding (bv. typis, te koop bij) worden opgenomen in een verwijzingsterm, zodat de verwoording kan aansluiten bij de verwoording in de publicatie. Dat gebeurt echter alleen indien de aanduiding de relatie aangeeft tussen de uitgever en de publicatie. Andere functieaanduidingen worden genegeerd.

7.2.3. Extensie

In de extensie bij een term kan extra informatie bij de term worden toegevoegd. Daarvoor kan gekozen worden uit een lijst, die echter niet uitputtend is. Extensies worden altijd gekapitaliseerd.

Voorbeeld:

  • Gebroeders
  • Weduwe
  • Erfgenamen

7.3. Relaties

Er wordt bij de uitgevers van oude drukken alleen in deze gevallen gebruik gemaakt van relaties:

  • Alle uitgevers van oude drukken worden verbonden, door de relatie BT, met het overkoepelend record van de uitgevers oude drukken (a::09.09).
  • Tussen de records van samenwerkingsverbanden, en de individuele uitgevers, wordt een relatie RT gelegd.

7.4. Scope note

In scopenotes kunnen extra gegevens worden opgenomen om de context van een uitgever te verduidelijken. Indien gewenst kunnen de scopenotes publiek worden gemaakt in de catalogus. In die gevallen dient de catalograaf de optie Extern aan te vinken.

7.4.1. Biografische scopenote

In de biografische scopenote worden gegevens opgenomen over het leven en werk van de uitgever. De velden Begin- en Einddatum, en Beginplaats en Eindplaats bevatten de levensdata van de uitgever. De vermelding van de werkzame periode van de uitgever maakt deel uit van het tekstgedeelte van de scopenote.

7.4.2. Adres

Gegevens over de respectieve adressen van de uitgever, met vermelding van de periode van het verblijf.

7.4.3. Uithangbord

Gegevens over het uithangbord dat de uitgever gebruikte.

7.5. Attributen

Links toegelaten naar:

  • CERL
  • STCN

7.6. Bijzondere gevallen

7.6.1. Twijfelachte uitgever

Voor twijfelachtige toeschrijvingen aan een bepaalde uitgever wordt een aparte verwijzingsterm aangemaakt, met als extensie: Mystificatie.

Voorbeeld:

  • chés Daniel Elzevier [mystificatie]

7.6.2. Fictieve uitgever

Voor fictieve uitgevers worden aparte authority records aangemaakt. Ze krijgen als extensie: Fictieve drukker.

Voorbeeld:

  • Voorvechter, Claes [Fictieve drukker]

7.6.3. Misbruik van de naam van een uitgever

Als een uitgever de naam van een andere uitgever misbruikt in een publicatie, alsof ze zou gedrukt zijn door een andere uitgever, dan wordt een verwijzingsterm aangemaakt in het record van de werkelijke uitgever. Het eerste deel van de term is de misbruikte naam, het tweede deel de naam van de werkelijke uitgever.

Voorbeeld:

  • apud Joannem Meursium [=Schippers, J. [Weduwe]] (de werkelijke drukker is Schippers, J. [Weduwe])